top of page

Kerstnacht 2023

Gemeente van Jezus Christus,

vrienden G’d,

 

“Kerstkriebels”

Dat is het thema dat door de kerstnachtcommissie voor deze nacht is bedacht.

 

Kriebels.

Ergens de kriebels van krijgen.

 

Dat kan iets leuks, iets vrolijks betekenen.

Denk,  bijvoorbeeld, aan lentekriebels.

Mensen met lentekriebels voelen zich vaak opgewekt omdat de dagen weer langer worden, het weer warmer en het vooral droger wordt.

Of omdat ze verliefd zijn – dat soort kriebels kan ook.

 

Maar je kunt ergens ook behoorlijk de kriebels van krijgen wanneer je je aan iets kapot loopt te ergeren.

Je kunt de kriebels krijgen van iemand aan wie je je stoort.

 

Met kerstkriebels kun je dus twee kanten op.

En dat is meteen het eerste kapstokje waar ik vannacht m’n kerstpraatje aan op wil hangen: aan vrijwel alles zitten twee kanten.

 

Het tweede kapstokje van m’n kerstpraatje is een vraag waar je kriebels van kunt krijgen:

 

Stel je eens voor dat Jezus vandaag geboren zou worden, waar zou hij dan te vinden zijn?

 

¶ Ergens in de vorige eeuw moest ik een werkstuk schrijven voor een docent tegen wie ik enorm opkeek.

Toen hij mij de beoordeling gaf, zei hij: “André, je bent een erg goede, briljante zwart-wit denker”.

 

Voor een moment gloeide ik van trots.

Je hoort immers niet elke dag dat je ergens briljant in bent – ik in elk geval niet.

 

Jammer was dat die docent na dit gloeimoment vervolgens zei:

“jammer voor je dat de werkelijkheid niet zwart-wit is”.

 

¶ Vandaag – maar al langer – leven we in een tijd van tegenstellingen, van uitersten.

Mensen die de tv en twitter vooral vullen hoor je vaak woorden gebruiken als altijd of nooit, allemaal of geen één, iedereen of niemand, alles of niets.

 

En wanneer je deze woorden hoort, dan weet je zeker dat er een zwart-wit denker aan het woord is.

 

¶ Karl Popper was een wetenschapsfilosoof.

Wat is van hem gelezen heb, daarvan begreep ik niet veel.

Maar een bekend voorbeeld kan niet vergeten – in mijn herinnering gaat het ongeveer zo:

 

Wie zegt “alle zwanen zijn wit” schiet er niks mee op om op zoek te gaan naar witte zwanen.

Die bevestigen alleen maar wat je toch al denkt.

 

‘Zie-je-wel-isme’ noemen sommige psychologen dat.

Je zoekt alleen bevestiging van wat je graag wilt horen.

 

Het loont veel meer om te zoek naar een zwarte zwaan.

Dan vergroot je je kennis, kom je aan de weet wat je nog niet wist, iets wat je niet vermoedde.

 

Deze houding kan je ervoor behoeden om rechtlijnige, zwart-wit opvattingen eropna te houden.

 

Ergens, zo bedenk ik me, komt het erop neer dat je je afvraagt of het wel klopt wat je vindt. Dat je rekening houdt met de mogelijkheid dat het anders is dan je denkt. Dat je een mate van twijfel houdt bij wat je gelooft.

 

Dat je er dus niet vanuit gaat dat jij de waarheid in pacht hebt. En dat iedereen die er anders over denkt, het fout heeft.

 

¶ Jullie hebben het misschien niet door, maar eigenlijk sta ik hier een beetje tegen mijzelf aan te preken.

 

Volgens mij heb ik het zelfs nog tegen de kerstnachtcommissie gezegd dat ik helemaal niks met kerstnacht heb.

 

Al die antieke en zoetsappige liedjes die slaan als een tang op een varken.

En die kerstboom mag van mij ook zo rechtstandig de kerk uitgeknikkerd worden.

Al die opgeklopte vrolijkheid en geforceerde gezelligheid: gelukkig is het maar één keer per jaar en zit naar een uurtje of wat alles er weer op.

 

Zwart-wit, alles is stom, niets deugt, radicaal.

 

En dus moet ik ernaast zitten.

Want er is ook een andere kant.

Een kant waar niets mis mee is, integendeel.

 

Een nacht waarop we alle narigheid even vergeten.

Een nacht waarop we samen zijn, vrienden ontmoeten die we misschien al lang niet hebben gezien, een nacht waarop ruzies worden bijgelegd – en al is het maar één nacht: een nacht waarin de wapens zwijgen.

 

Een nacht waarop we alle tegenstellingen even opzij leggen en naast elkaar liedjes zingen over een kindje in een trog, over licht in de duisternis, over liefde en vrede.

 

Een nacht waarop we leven zoals het samenleven óók kan: ging deze nacht maar nooit meer voorbij.

 

¶ De levenskunst voor het goede leven met elkaar zou kunnen zijn dat je het midden houdt, waar je oog kunt hebben voor beide, meerdere kanten en dat je je niet laat verleiden tot één kant, een uiterste, alles of niets, zwart of wit.

 

En dat betekent dus ook, zo houd ik mijzelf voor, dat er ook aan de kerstnacht meerdere kanten zitten.

 

Een heel gewoon gezellige, warme kant, bij de kerstboom en kaarslicht en met kerstkransjes en glühwein, met bekende kerstverhalen en bekende kerstliedjes.

 

En er is dus ook een andere kant, niet meer of minder maar anders.

En die kant wil ik vannacht op het spoor komen met de vraag:

 

Stel je eens voor dat Jezus vandaag geboren zou worden, waar zou hij dan te vinden zijn?

 

¶ Om een idee te hebben waar je zou kunnen zoeken, geeft dat verhaal van tweeduizend jaar geleden dan enige aanwijzingen?

 

Een eerste hint is dat zijn wiegje niet in een paleis staat – zoals later die zogenoemde wijzen uit het oosten dachten – maar in een stal. En een stal is allesbehalve een paleis.

 

Als we Jezus zoeken, dan vinden we hem niet badend in luxe maar in armetierigheid.

 

Een tweede hint is dat het kind in het kribbe wordt omringt door ongure types.

 

Herders in die dagen waren halve of hele criminelen die je voor geen cent kon vertrouwen.

 

En naast herders kunnen er ook nog buitenlanders in die stal staan – die zogenoemde wijzen kwamen waarschijnlijk uit Perzië, het huidige Iran: het is dat ze toen nog niet bestonden maar anders zouden het waarschijnlijk moslims zijn geweest.

 

¶ Tot zover de hints, terug naar de vraag:

waar zou vandaag het kindje Jezus te vinden zijn?

 

Ik ga willekeurig wat mogelijkheden af.

 

Het kribje staat in elk geval niet in mijn huis, de pastorie.

De WOZ-waarde is iets van 3 ton en daarmee is het allesbehalve een stal.

 

In die lijn wat verder denkend, vraag ik mij af of het kribje met Jezus sowieso wel in Nederland te vinden zou zijn: ons landje staat in het rijtje van allerrijkste landen op aarde, allesbehalve armetierig.

 

Alhoewel: niet iedereen in ons land deelt in dezelfde mate in die rijkdom.

 

¶ Aan het begin van vorige week hoorde ik dat er een grote kans was dat mensen in Ter Apel weer buiten moesten slapen.

 

Eerlijk gezegd had ik me vast voorgenomen dat als dát zou gebeuren ik dan dáár dan deze kerstnacht zou gaan vieren, de kans dat dáár Jezus te vinden zou zijn, zou volgens mij ontzettend groot zijn.

 

Op het laatste nippertje zijn er extra opvangplekken gemaakt waardoor gelukkig niemand buiten hoeft te slapen.

 

Maar wat doe ik moeilijk, bedacht ik me ineens.

Waarom zou het kindeke Jezus zoals vanouds niet gewoon weer in Bethlehem te vinden zijn?

 

Alle kerken in Bethlehem hebben besloten om dit jaar kerst alle feestelijkheden te cancelen.

Bethlehem is een Palestijnse stad op de Westelijke Jordaanoever.

Als uiting van eenheid en verbondenheid met hun volksgenoten in Gaza kunnen christenen in Bethlehem onmogelijk feest vieren.

 

‘Als Christus vandaag geboren zou worden,’ zei een dominee in Bethlehem, ‘zou hij geboren worden onder het puin en de beschietingen in Gaza.

 

¶ Als Jezus vandaag geboren zou worden, waar zou hij dan te vinden zijn?

 

Vroeger zouden we tegen elkaar zeggen dat je Jezus niet op aarde moet zoeken maar in je hart.

 

Is Jezus in je hart geboren? – dat is dan de vraag.

 

Enerzijds - krijg ik van deze vraag persoonlijk de kriebels – en dan niet in de positieve zin.

 

Anderzijds – met andere woorden, ergens is het toch niet zó raar dat Jezus dáár te vinden is waar geleefd wordt in zijn Geest, waar Jezus nagedaan wordt.

 

Je herkent Jezus daar waar met hart en ziel geleefd wordt zoals hij.

 

Dit doet mij tot slot herinneren aan een voorval uit de tijd dat ik bij de Marine werkte.

 

¶ Op een dag kregen we bezoek van een Amerikaanse generaal.

De man beantwoordde aan alle beelden die je van Amerikaanse generaals kunt hebben: het was een ouderwetse ijzervreter voor wie vanzelf tien stappen opzij deed.

 

In de hangar sprak hij de hele bemanning toe, ik stond ergens veilig achteraan.

 

Hij vroeg: ‘wat is de gouden regel van Jezus?’

Niemand reageerde.

‘Is de dominee ook aanwezig’, vroeg hij toen.

Nooit eerder werd ik zo snel naar voren geduwd.

‘Wel’, vroeg de generaal, ‘wat is Jezus’ gouden regel?’

 

‘Heb je naaste lief als jezelf’ – dat leek me een vrij veilig antwoord.

 

Maar de generaal schudde wat meewarig met z’n hoofd.

‘Behandel anderen zoals jezelf behandeld wilt worden – dát is de gouden regel van Jezus’, zei hij op een toon die geen tegenspraak duldde.

 

¶ Als Jezus vandaag geboren zou worden, waar zou hij dan te vinden zijn?

 

Daar waar mensen anderen behandelen zoals zij zelf behandeld willen worden.

 

Zou hij dan hier kunnen zijn?

 

Nog zo’n vraag waar je de kriebels van krijgt.

 

Kerstkriebels.

 

Amen.

Comments


bottom of page